Blauwtong

Helaas is de ziekte Blauwtong Nederland binnengekomen en zijn er al vele dieren en bedrijven getroffen door het virus verderop in het land. De eerste dieren met verschijnselen van blauwtong zijn recent ook in Zeeland gemeld. Blauwtong is een meldplichtige ziekte en daarom horen wij ook graag als u een verdenking heeft. Er is in Nederland een vaccin tegen blauwtong, alleen is deze helaas niet werkzaam tegen het serotype wat nu rondgaat.  Dit serotype verloopt vrij mild bij melkvee, maar schapen kunnen helaas ernstig ziek worden. Ook geiten, kameelachtigen (alpaca’s bijvoorbeeld) en hertachtigen kunnen ziek worden. Preventie richt zich op het voorkomen van muggen/knutten steken, hoe moeilijk dit ook is. Hierbij valt te denken aan het opstallen tijdens de schemering en muggenbestrijding.
In eerste instantie richt de behandeling zich op het toedienen van ontstekingsremmers (novem/ketofen), maar er zijn uitgebreidere behandelingen mogelijk bij ernstig zieke dieren. Dan graag contact opnemen met ons. We hopen dat het allemaal mee zal vallen en dat de schade beperkt blijft! Als er vragen zijn dan horen we het graag.

Mortellaro

Mortellaro is een lastig en veelvoorkomende oorzaak van kreupelheid bij melkvee. Via mest op de roostervloer worden de kiemen die Mortellaro veroorzaken makkelijk verspreid. Zeker als het vochtig en warm weer is, gaat dit nog sneller. Wist je dat de verspreiding kan worden tegengegaan door de roosters schoon te spuiten met water onder lage druk en vervolgens te desinfecteren? Dit werkt het beste op een warme droge dag. Advies is om dit 2-4 keer per jaar te doen.

Daarnaast is het natuurlijk ook goed om de klauwen van de koeien geregeld te ontsmetten door middel van een doorloopbad, matras of rugspuit.

Veulentijd

Veulentijd

De tijd is weer aangebroken dat er veulens worden geboren. De eerste van dit jaar zijn er al. Vaak is het een spannende tijd, zelfs voor de meest ervaren fokkers. Bij deze willen we wat informatie delen die handig is om te weten.

Voorbereiding
Het is verstandig om de merrie in de laatste fase van de dracht te vaccineren tegen influenza/tetanus. Daarnaast is het advies om de merrie in de laatste 2 weken voor de uitgerekend datum te ontwormen met een ivermectine ontworming. Als dit niet zo is, dan zou het veulen op dag 10 ontwormd moeten worden. Ook is het mogelijk te vaccineren tegen rhinopneumonie in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht om te beschermen tegen abortus veroorzaakt door het EHV virus.

Om je goed voor te bereiden is het handig om de volgende dingen op de pak te hebben:

  • Glijmiddel
  • jodium om het naveltje te ontsmetten
  • emmers en schoon water
  • handdoeken
  • een flesje of spuitje met oxytocine (zeker voor rassen waar de nageboorte vaker blijft zitten zoals Friezen en trekpaarden).

De geboorte kondigt zich meestal aan doordat er veranderingen zichtbaar zijn aan de uier van de merrie. De meeste merries gaan kegelen vlak voor de geboorte van het veulen. Dit betekend dat de uierkwartieren de vorm krijgen van een kegel waarbij een druppeltje (opgedroogde) melk zichtbaar is. Met een geboortebewakingssysteem (zoals een singel met birth alarm) is de kans een stuk groter om bij de geboorte aanwezig te zijn dan zonder zo’n systeem. Een merrie kan vlak voor de geboorte onrustig zijn.

De geboorte
Meestal gaat het veulenen vanzelf bij de merrie. Tijdens een normale geboorte komen eerst de hoefjes naar buiten en zijn deze naar beneden gericht. Het hoofdje ligt bovenop de beentje ter hoogte van de voorknieën. Als dat niet zo is, dan snel contact opnemen met ons. Dit geldt ook voor de gevallen dat een merrie veel perst, maar er geen veulen zichtbaar is. Doorgaans wordt een veulen snel geboren (binnen 20 minuten).

Na de geboorte
Na de geboorte gelden de volgende vuistregels:

  • Binnen 6 uur moet de nageboorte eraf zijn. Na 3 uur mag er al een keer met een dosis oxytocine gespoten worden.
  • Controleer de nageboorte of deze compleet is afgekomen.
  • Binnen 2 uur moet het veulen kunnen lopen.
  • Binnen 3 uur moet het veulen biest hebben gedronken
  • Binnen 2 uur komt de eerste mest (darmpek) eraf.
  • Binnen 10 uur heeft het veulen voor het eerst geplast.

 

 

EOTRH

Equine Odontoclastic Tooth Resorption and Hypercementosis (EOTRH) is een zeer pijnlijke aandoening aan het gebit van het paard. De aandoening wordt het meest gezien bij paarden op leeftijd en in de meeste gevallen zijn alleen de snijtanden aangetast.

De precieze oorzaak van EOTRH is nog niet bekend.

Bij paarden met EOTRH worden de wortels van de tanden als het ware van binnen opgelost. Het materiaal waar de tand en de tandkas uit opgebouwd zijn wordt door lichaamseigen cellen afgebroken. Rondom de wortels van de tanden wordt vervolgens een grote hoeveelheid cement gevormd. De buitenste snijtanden zijn steeds het ergst aangetast en bij verder gevorderde gevallen zijn ook de overige snijtanden beschadigd. In sommige gevallen kunnen ook de haaktanden en soms zelfs de kiezen in het proces betrokken zijn.

Paarden die problemen hebben met hun gebit laten vaak helaas heel weinig merken. Ook bij EOTRH wordt de aandoening daardoor vaak pas in een laat stadium ontdekt.

Wat kan je opvallen? Moeite met bijten (worteltjes), het bit niet of lastig in willen, veel tandsteen, soms stinken uit mond, soms moeizamer eten langzamer eten dan voorheen, verminderde eetlust.

Als je in de mond kijkt kan je het volgende zien: sterke verdikking van het slijmvlies ter hoogte van de tandwortels, ontstoken tandvlees, vaak zie je meerdere rode plekjes waaruit soms zelfs pus vrijkomt, snijtanden die loszitten en soms zelfs uitvallen of afbreken

De dierenarts zal vaak de diagnose kunnen stellen, door te kijken naar de snijtanden. Om meer zekerheid te hebben over de mate van tandoplossing en cementvorming en om vast te stellen welke tanden er betrokken zijn, moeten er röntgenfoto’s gemaakt worden. Dat is vooral van belang om te bepalen welke tanden er eventueel getrokken moeten worden.

Er is op dit moment nog geen behandeling beschikbaar die de ziekte kan stoppen, omdat nog niet bekend is waardoor deze veroorzaakt wordt. Wel kunnen de symptomen behandeld worden. Het gaat dan vooral om pijnstilling en het behandelen van de ontstekingen aan het tandvlees, door regelmatig schoonmaken en tandsteen verwijderen.  Ook kunnen de tanden wat ingekort worden zodat de druk eraf gaat. Maar zoals al eerder gezegd is het een zeer pijnlijke aandoening en vaak is het trekken van de aangetaste tanden de beste oplossing. Vaak worden eerst alleen de buitenste snijtanden verwijderd omdat die het ergst aangetast zijn. Daarna kan de aandoening een tijd lang stabiel blijven. In sommige gevallen is de aandoening al zo ver gevorderd dat alle snijtanden aangetast zijn en dan kan het nodig zijn om alle snijtanden in één keer te verwijderen. In de meeste gevallen is het mogelijk om de tanden te verwijderen bij het staande paard.

Paarden die geen voortanden meer hebben kunnen nog prima grazen! Liever wel op wat langer gras. Je ziet vaak dat ze geweldig opknappen, ze hebben dan toch stiekem veel pijn gehad. Wel zal je zien dat de tong iets meer uit de mond hangt, maar hier heeft het paard verder geen last van.

 

Meer lezen? Klik hier

EOTRH | aandoening aan de snijtanden van een paard (paardenarts.nl)

Varkens in huis en tuin

Geregeld komen we bij hangbuikzwijnen of mini varkens die binnen en buiten aan huis worden gehouden. Gezellig knorrend in de woonkamer of bijvoorbeeld in een tuinhuisje achter in de tuin.

Meestal worden varkens gekocht als schattige mini big of zelfs als micro big, maar alle biggen worden groter en soms ook wel groter dan gedacht. Wat opvalt in de praktijk is dat mensen vaak erg gemotiveerd zijn voor hun varkens en ook de nodige aandacht besteden aan de voeding en verzorging en daarnaast de dieren ook vertroetelen.

We worden regelmatig gebeld om varkens te behandelen tegen schurft en te lange klauwtjes. De klauwtjes slijten vaak op een onnatuurlijke manier af en worden hierdoor te lang. Het is dan helaas lastig om de klauwtjes bij te knippen als de dieren wakker zijn vanwege het gedrag. Dus daarom brengen we ze dan onder een roesje om het zo wel voor elkaar te krijgen. Schurftproblemen komen ook vaak weer terug en daarom worden deze patiënten vaak meerdere keren behandeld tegen schurft.

Ook worden er geregeld castraties aangevraagd om berengedrag of dekkingen te voorkomen. Dit kunnen we gewoon in de stal of op de keukentafel doen, wat natuurlijk wel eens voor bijzondere taferelen zorgt.

Nog een aantal tips van onze dierenarts Marije van Belzen:

Denk bij de aanschaf en het houden van een varken vooral aan de behoeftes van het dier. Kan een varken voldoende bewegen, wroeten en afkoelen in de zomer?
Een varken is ook niet graag alleen, dus het advies om er minimaal twee aan te schaffen. Is er voldoende ruimte in huis en in de tuin?
Verder is het ook verplicht om de dieren te registreren op een UBN doormiddel van oorflappen.
Zeker als varkens binnen worden gehouden, kan er best wat schade en vervuiling ontstaan aan de huisraad. Dus dat is ook nog iets om over na te denken.

Lammertijd

De lammertijd komt er weer aan voor de meeste schapenhouders. Voor sommigen is dit zelfs alweer voorbij. Het is vaak en mooie, maar ook spannende tijd. Wanneer beginnen de dieren nou en wanneer moet er ingegrepen worden? Dat zijn vragen die elke schapenhouder zich wel af vraagt.
Een goede voorbereiding is het halve werk. Hierbij wil ik wat tips delen vanuit de ervaring die ik heb uit het werk, maar ook vanuit onze eigen koppel schapen die binnenkort weer moeten lammeren.

 

Geef de ooien in de laatste 4 weken van de dracht krachtvoer bij om slepende melkziekte en opstartproblemen rondom het lammeren te voorkomen. Begin met ongeveer 100 gram per ooi per dag en dan opbouwend tot 400 gram per ooi per dag in de laatste week voor het lammeren. Dit advies is voor Texelaars schapen en moet aangepast worden aan de hand van het ras, conditie en gewicht van de ooien.

Zorg dat de spullen voor de verlossingen en het kraamhok klaar staan. Dan denk ik aan hekjes die makkelijk neer te zetten zijn om zo een schaap apart te zetten. En natuurlijk een aparte voer en waterbak. Daarnaast een verloskist waar glijmiddel, handschoenen, ontsmetting en een verlostouwtje op de pak liggen. Een verlospak of regenbroek is ideaal om zelf niet vies te worden. Zorg ook voor een portie biest in de diepvries en een flesje met een speen voor lammeren, want je weet nooit van te voren wanneer je dat snel nodig moet hebben. Koeienbiest is hier prima voor geschikt.

Aan het opzwellen en verkleuren van de kling en de spanning op de uier kan je redelijk goed inschatten dat de geboorte niet lang op zich laat wachten. Daarnaast is het ook heel fijn om de dekdata en verwachte aflamdata paraat te hebben. Normaal gesproken zit er maar een paar dagen speling in de voorspelde aflamdata. Een schaap die gaat lammeren, zondert zich vaak af en is ongedurig. Ze gaat veel liggen en staan, draait rondjes en krabt met de voorpoten.

Als de waterblaas geknapt is, kan er nog een uur gewacht worden voordat er wordt ingegrepen. Binnen 2 uur na het afkomen van de blaas, moet er zeker een lam zijn. Ook als de ooi flink perst en er komt geen lam, dan is het nodig om het schaap op te voelen en te helpen bij de verlossing. Een veelvoorkomend probleem tijdens het aflammeren is dat er te snel aan de voorpootjes wordt getrokken, terwijl de kop nog niet goed is ingetreden. Dan blijft de kop achter en kan het lam er niet uit. Geregeld denk men ook dat het dan achterpootjes zijn, omdat de kop niet is te voelen. Mijn tip is om dan op zoek te gaan naar het staartje. Als je die tegenkomt, dan weet je zeker dat het de achterpoten zijn en kan je aan de pootjes trekken.

Soms is de blaas geknapt, zonder dat gezien te hebben en zie je aan het schaap ook weinig tekenen dat ze bezig is. Dit gebeurt vooral als het eerste lam in stuitligging ligt en de pootjes teruggeslagen zijn. Als een ooi uitgerekend is en minder eet en meer ligt, dan zou ik ook adviseren om de ooi eens op te voelen. Beter een keer te vroeg opvoelen, dan te laat.

Vergeet de navelstreng niet te desinfecteren met jodium. Trek aan beide spenen wat biest eruit om zeker te weten dat er biest is en dat de spenen niet verstopt zitten. Binnen 2 uur na de geboorte van de lammeren komt normaal gesproken de nageboorte eraf. Probeer de nageboorte altijd weg te halen om te voorkomen dat de ooi het op eet. Het is enorm belangrijk dat de lammetjes de eerste uren goed biest drinken. Kijk of ze drinken, let op de buikvulling van de lammetjes en kijk ook of ze rustig gaan slapen en dat zich uitrekken als ze gaan staan. Als deze dingen afwijkend zijn en/of het lam mekkert veel, dan is het zaak om snel biest te geven via de fles.

Om problemen met de aandoening “het bloed” en zomerlongontsteking te voorkomen, kan ik vaccinatie van hoogdrachtige ooien of de lammeren zeker aanbevelen.

Veel succes en plezier tijdens de lammertijd!

Leverprobleem ten gevolge van Jacobskruiskruid

Leverprobleem ten gevolge van Jacobskruiskruid

Regelmatig zien we bij paarden leverproblemen. Vaak zijn er onduidelijke klachten bij het paard en vinden we bij bloedonderzoek afwijkende leverwaarden.

Er kunnen veel verschillende oorzaken zijn voor leverproblemen bij het paard, zoals parasieten, infecties en tumoren. Ook kunnen opgenomen gifstoffen problemen geven.

Sommige gifstoffen komen uit planten en worden door het paard opgenomen wanneer ze van deze planten eten. Een bekend voorbeeld van een voor paarden (en andere dieren) gif bevattende plant is het Jacobskruiskruid, een veel voorkomende plant in Nederland. Lees hier verder over Jacobskruiskruid.

Wanneer er een verdenking is op een leverprobleem raden wij verder onderzoek aan om de oorzaak op te sporen. Dit verdere onderzoek houdt in echografie en eventueel het nemen van een leverbiopt, dit specialistisch onderzoek kan uitgevoerd worden op een kliniek.  Nadat de oorzaak van het leverprobleem gevonden is, kan er een behandelplan en eventuele therapie opgestart worden.

 

Link: https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/de-dubbelrol-van-het-oprukkend-kruiskruid-br-prachtige-bloemetjes-maar-dodelijk-voor-dieren~ab9d26ad/

 

Chronische koperintoxicatie bij het schaap

Koper speelt een belangrijke rol in de stofwisseling en in de huid/wol kwaliteit van schapen. Een teveel aan opname van koper zorgt echter voor problemen. Schapen zijn namelijk niet in staat om de te veel opgenomen hoeveelheid koper uit het lichaam uit te scheiden.

De opname van koper vind plaats via de voeding of mineralenmixen. Bij een te hoge koperopname is er sprake van een koperintoxicatie. Deze vergiftiging kan acuut optreden, bijvoorbeeld wanneer schapen uitbreken en ineens veel verkeerde voeding opeten zoals hondenvoer (dit bevat erg veel koper), deze schapen zijn vaak erg ziek, verkeren in shock en kunnen sterven. Vaak ontstaat er een chronische intoxicatie van koper, doordat er geleidelijk te veel koper opgenomen wordt, wat zich opstapelt in de lever. De eerste verschijnselen die dan gezien worden zijn niet willen eten, lusteloosheid en gele slijmvliezen. Een chronische infectie kan uiteindelijk ook lijden tot sterfte als gevolg van nierfalen door een verhoogde afbraak van rode bloedcellen.

Schapen die sterven als gevolg van een koperintoxicatie hebben een gehele geel verkleuring van hun lichaam.

Behandeling van een koperintoxicatie is mogelijk, maar is niet altijd succesvol. De behandeling bestaat uit vloeistoftherapie, het corrigeren van de shock en de koperuitscheiding verhogen door het ingeven van koper bindende stoffen.

Om een koperintoxicatie te voorkomen, dient de voeding afgestemd te worden op de rantsoenen en weides waarin de schapen gehouden worden. Daarnaast is het voeren van krachtvoer geschikt voor schapen erg belangrijk, rundveebrok is niet geschikt voor schapen, dit bevat teveel koper.  Zo kan er preventief voor gezorgd worden dat schapen niet te veel koper opnemen.

Registreren van het paard

Registreer je paarden voor 21 april 2021!

Via deze link kunt u meer informatie vinden:

https://www.lto.nl/onderwerpen/ir-paardenhouderij

Hoefbevangenheid, een zeer pijnlijke en veel voorkomende aandoening.

Wanneer een dier hoefbevangen is zit er een ontsteking tussen de hoefwand en het hoefbeen, waardoor er druk en pijn ontstaan in het omliggende gebied. Door de ontsteking kan het hoefbeen (gedeeltelijk) losraken van de wand. Hierdoor kan het hoefbeen kantelen en zelfs zakken in de hoefschoen.

Hoefbevangenheid wordt ook wel Laminitis genoemd. Dit woord verwijst naar de lamellen waarmee het hoefbeen aan de hoefschoen bevestigd is.

Wanneer hoefbevangenheid optreedt is het van groot belang om gelijk te behandelen, zodat het risico op loslaten en verplaatsen van het hoefbeen verminderd.  Helaas zien we vaak dat de hoefbevangenheid er te lang zit (chronisch) waardoor het hoefbeen gekanteld raakt.

Symptomen die op hoefbevangenheid duiden zijn onder andere stijf en kort lopen, als op eieren. Ook zie je dat het gewicht naar achteren gebracht wordt, vaak heel duidelijk in wendingen. Lopen op een zachte ondergrond gaat meestal gemakkelijker dan op een harde ondergrond. Ook zal het dier meer liggen en soms helemaal niet meer willen staan. De hoeven voelen vaak warmer aan en er is een zogenaamde “venepols” te voelen in de kootholte.  Hoefbevangenheid treedt vaker aan de voorvoeten op, maar kan ook aan alle vier de benen ontstaan, dit geeft vaak een wat onduidelijker beeld, zonder het naar achteren hangen

Er zijn veel oorzaken voor het ontstaan van hoefbevangenheid, je kan deze oorzaken globaal in drie groepen verdelen

Problemen met de stofwisseling. Dit kan heel breed zijn. EMS en PPID (voorheen bekend als de ziekte van Cushing) kunnen aan de basis van de problemen staan, maar ook verkeerde voeding zoals te veel gras. We zien veel stofwisselingsproblemen zoals EMS bij met name sobere rassen zoals Shetlanders, IJslanders, Haflingers en Fjorden. PPID is een aandoening die je vooral bij oudere paarden ziet.

Een verkeerd dieet of het gebruik van bepaalde medicijnen kunnen hoefbevangenheid veroorzaken. Een teveel aan koolhydraten (suikers) of zetmeel door het eten van te veel haver, krachtvoer, jong gras en appels. Vooral de voorjaarsweide bevat een hoog gehalte aan suikers.

Bij een ernstige ziekte, zoals het aan de nageboorte staan of ernstige diarree kan dit soms leiden tot het ontstaan van hoefbevangenheid. Via het bloed kunnen allerlei stoffen in de hoef terecht komen en daar problemen veroorzaken.

Ook overbelasting, bv door kreupelheid aan het andere been of te veel op een harde ondergrond lopen kan er hoefbevangenheid veroorzaken.

De behandeling zal in eerst instantie bestaan uit goede pijnbestrijding en het remmen van de ontsteking. Daarnaast zal de voeding aangepast moeten worden en er zal naar de bedding en huisvesting gekeken worden.

Een goede hoefsmid speelt een grote rol in het genezingsproces. Door op een juiste manier te bekappen of het paard op speciaal beslag te zetten kan deze in ernstige gevallen de druk laten afnemen en zo de pijn verminderen. Vervolgens zal stukje bij beetje geprobeerd worden om de hoef weer recht te krijgen. Dit is echter een langdurig proces.

Indien nodig kan er (in een later stadium) röntgenfoto’s gemaakt worden om te controleren in hoeverre de hoefbeenderen gekanteld en/of gezakt zijn.  Ook kan er bloedonderzoek nodig zijn om de onderliggende oorzaak aan te tonen.

Hoefbevangenheid is een zeer nare aandoening, belangrijk is dat u zo vlot mogelijk hulp inroept van de dierenarts, we zullen met u een therapie instellen en een plan om herhaling te voorkomen.

Lees hier meer over hoefbevangenheid.

 

Op deze foto is een kanteling van het hoefbeen te zien.
Door de lijn langs de hoef, is te zien dat het hoefbeen steeds verder verwijderd raakt van deze lijn.